Bijgewerkt op 6 augustus 2026. Leestijd ongeveer zestien minuten.

In het kort

Als je weinig tijd hebt, dit zijn de cijfers die overeind blijven na controle van de originele onderzoeken:

  • 62,2 procent van de inkomende oproepen naar kleine bedrijven bereikt geen levend persoon. Uit een monitoring van 85 Amerikaanse bedrijven in 58 sectoren gedurende dertig dagen. Van die oproepen wordt 37,8 procent beantwoord, gaat 37,8 procent naar voicemail en krijgt 24,3 procent helemaal niets.
  • Zeventig procent van de gemeten bedrijven beantwoordde minder dan de helft van alle oproepen.
  • 42 uur is de gemiddelde tijd tot het eerste antwoord op een online aanvraag, gemeten bij 2.241 bedrijven. Van die bedrijven antwoordde 23 procent nooit.
  • 55 procent van 433 geteste bedrijven antwoordde binnen vijf werkdagen helemaal niet op een aanvraag via de website. Slechts 7 procent antwoordde binnen vijf minuten.
  • Wie binnen het uur reageert, maakt bijna zeven keer zoveel kans om de aanvraag te kwalificeren als wie een uur later reageert, en ruim zestig keer zoveel als wie een dag wacht.
  • Drie veelgeciteerde cijfers houden geen stand: de bewering dat 78 procent koopt bij wie eerst antwoordt, de toeschrijving van de vijfminutenregel aan Harvard of MIT, en de gemiddelde responstijd van 47 uur. Meer daarover in de sectie over misquotes.
  • Er bestaat geen Belgisch onderzoek naar dit onderwerp. Alle bruikbare metingen zijn Amerikaans. Wat dat betekent voor jouw zaak, staat in het rekenmodel.
Statistiekkaart: 62,2 procent van de inkomende oproepen naar kleine bedrijven bereikt geen levend persoon.
De meest geciteerde statistiek uit dit dossier, met de steekproef erbij vermeld. Zonder die context is het getal niet bruikbaar.

Waarom dit artikel bestaat

Zoek op “gemiste oproepen statistieken” en je krijgt tientallen pagina’s die allemaal hetzelfde percentage noemen. Vrijwel elk van die pagina’s is geschreven door een bedrijf dat een oplossing voor gemiste oproepen verkoopt. Ze citeren elkaar, verliezen onderweg de steekproefgrootte, het jaartal en de methode, en presenteren wat overblijft als “onderzoek”.

Wij verkopen zelf ook zo’n oplossing. Precies daarom leek het ons zinvol om het één keer omgekeerd te doen: elke statistiek terugbrengen tot de oorspronkelijke publicatie, de steekproef en het jaartal ernaast zetten, en eerlijk zeggen wat er wél en niet uit af te leiden valt. Ook wanneer dat ons eigen verhaal minder scherp maakt.

Dat leverde drie soorten bevindingen op. Cijfers die kloppen maar smaller zijn dan ze gepresenteerd worden. Cijfers die verkeerd toegeschreven worden aan prestigieuze instellingen. En cijfers die simpelweg nergens vandaan komen.

Onze eigen positie, meteen duidelijk. Teammade.ai verkoopt onder andere een telefoon- en webassistent die gemiste oproepen opvangt. Wij hebben er belang bij dat je dit probleem groot vindt. Behandel dit artikel met dezelfde argwaan als elke andere leverancierspagina, en volg de bronlinks. Ze staan er allemaal.

Deel 1. Hoeveel oproepen blijven onbeantwoord?

De meting waar alles op teruggaat

Er bestaat één directe meting die iedereen citeert. Het Amerikaanse bureau 411 Locals monitorde de telefoonlijnen van 85 bedrijven, verspreid over 58 sectoren, gedurende dertig dagen. De uitkomst:

Verdeling van inkomende oproepen bij kleine bedrijven. Bron: 411 Locals, monitoring van 85 bedrijven in 58 sectoren over 30 dagen.
Uitkomst van de oproepAandeelWat dat betekent
Beantwoord door een mens37,8%De beller krijgt iemand aan de lijn
Doorgestuurd naar voicemail37,8%De beller kán een bericht achterlaten, meestal doet hij dat niet
Geen enkele reactie24,3%De telefoon rinkelt en stopt. Geen spoor
Totaal onbeantwoord62,2%Ruim zes op de tien bellers spreekt met niemand

Het cijfer dat in de originele publicatie het meest onderschat wordt, is een ander: zeventig procent van de gemeten bedrijven beantwoordde minder dan de helft van al hun oproepen. Het gaat dus niet om enkele slechte presteerders die het gemiddelde omlaag trekken. Het is de norm.

Grafiek met de verdeling van inkomende oproepen: 37,8 procent beantwoord, 37,8 procent voicemail, 24,3 procent geen reactie.
De 62 procent is de optelsom van twee heel verschillende uitkomsten. Voicemail laat tenminste een spoor na. Bijna een kwart van de oproepen doet zelfs dat niet.

Wat er mis is met dit cijfer

Vier kanttekeningen die je nergens anders leest:

De steekproef is klein. 85 bedrijven is weinig. Het gaat om een gemonitorde meting en niet om een enquête, wat de kwaliteit verhoogt, maar de foutmarge op zo’n aantal is aanzienlijk.

Het is Amerikaans. Andere telefooncultuur, andere openingsuren, andere verwachtingen over terugbellen. Er is geen reden om aan te nemen dat België identiek is, en ook geen reden om aan te nemen dat het fundamenteel anders is. We weten het gewoon niet.

Het jaartal wordt overal anders vermeld. Je vindt dezelfde studie gedateerd als 2016, 2022 en 2024, afhankelijk van wie hem doorvertelt. De oorspronkelijke publicatie is ouder dan de meeste secundaire bronnen suggereren. Behandel hem als een meting uit het vorige decennium, niet als verse data.

Het gemiddelde verhult enorme spreiding. Een zaak met een vaste receptie zit in een totaal andere orde van grootte dan een eenmanszaak die zelf op de ladder staat. Voor bedrijven waar de eigenaar of de technieker zelf opneemt, wijzen aparte metingen richting 47 procent gemiste oproepen. Voor sommige home service-segmenten wordt juist een veel lager cijfer van rond 27 procent gerapporteerd, omdat die bedrijven vaker een planner of dispatcher hebben.

Let op bij dit cijfer. Er circuleren twee verschillende statistieken van 62 procent die voortdurend door elkaar gehaald worden: het aandeel oproepen dat onbeantwoord blijft, en het aandeel bellers dat daarna een concurrent contacteert. Dat zijn verschillende metingen uit verschillende bronnen. Wie ze in één zin combineert, weet meestal niet waar hij het over heeft.

Wat de beller daarna doet

Hier wordt het cijfermateriaal zwakker, en dat moet gezegd worden. De bekende bewering dat 85 procent van de gemiste bellers nooit terugbelt, wordt al jaren doorgegeven binnen de sector van telefoonbeantwoordingsdiensten zonder dat er één primaire studie onder ligt. Hetzelfde geldt voor de bewering dat 80 procent ophangt zonder een voicemail in te spreken. De richting is plausibel en wordt door niemand betwist, maar het exacte percentage moet je niet als feit presenteren.

Wat wél steun heeft in breder consumentenonderzoek: één slechte ervaring volstaat voor een groot deel van de consumenten om naar een concurrent te kijken. En bij een dringende vraag, wat bij bouw en home services de regel is, is de bereidheid om te wachten minimaal.

Wil je dat geen enkele oproep meer onbeantwoord blijft? Bekijk hoe onze AI-receptionist elke oproep opneemt, dag en nacht.


Deel 2. Digitale aanvragen: precies hetzelfde patroon

Wie denkt dat het telefoonprobleem opgelost wordt door mensen naar een contactformulier te sturen, moet dit deel lezen. Het formulier is niet sneller. Het is trager.

De audit van 2.241 bedrijven

In maart 2011 publiceerden James Oldroyd, Kristina McElheran en David Elkington in Harvard Business Review de resultaten van een audit waarbij bij 2.241 Amerikaanse bedrijven een echte testaanvraag via de website werd ingediend, waarna gemeten werd hoelang elk bedrijf erover deed om te reageren.

Responstijd op een online testaanvraag. Bron: Oldroyd, McElheran en Elkington, Harvard Business Review, maart 2011. Steekproef 2.241 Amerikaanse bedrijven.
ResponstijdAandeel bedrijvenCumulatief
Binnen één uur37%37%
Tussen één en 24 uur16%53%
Na meer dan 24 uur24%77%
Nooit geantwoord23%100%
Gemiddelde bij wie antwoordde42 uurbinnen 30 dagen gemeten
Statistiekkaart: 42 uur gemiddelde responstijd op een online aanvraag, gemeten bij 2.241 bedrijven.
Het gemiddelde van 42 uur geldt alleen voor de bedrijven die überhaupt antwoordden. Bijna een kwart deed dat nooit.

Is het sindsdien beter geworden? Nee

Dit is de meest bruikbare vaststelling van het hele dossier, en niemand brengt hem samen: er zijn vier onafhankelijke audits met verschillende methodes en steekproeven, verspreid over dertien jaar, en de kloof is niet gedicht.

Vier onafhankelijke audits van responstijd op online aanvragen, 2011 tot 2024. Alle steekproeven zijn Amerikaans of internationaal B2B.
OnderzoekJaarSteekproefNooit geantwoordGemiddelde responstijd
Harvard Business Review20112.241 bedrijven23%42 uur
Drift2017433 bedrijven55% binnen 5 werkdagen42 uur
RevenueHero20241.000 bedrijven63,5%ongeveer 29 uur
Workato2024114 bedrijvengeen enkel bedrijf belde binnen 5 minutenongeveer 12 uur per e-mail
Staafdiagram van vier audits met het aandeel bedrijven dat nooit reageerde op een testaanvraag.
Vier audits, dertien jaar uit elkaar, verschillende methodes. Geen enkele laat verbetering zien. De onderlinge verschillen komen vooral door de definitie van "geen antwoord" en de meetperiode.

De Drift-audit uit 2017 verdient een extra vermelding, omdat er één observatie in zit die zelden wordt doorgegeven: van de tien snelste bedrijven gebruikten ze allemaal livechat op hun site, terwijl slechts 14 procent van de volledige steekproef dat deed. Dat bewijst geen oorzakelijk verband, maar het wijst wel naar het punt waar het misloopt. Niet bij de intentie, wel bij het kanaal.

Statistiekkaart: 55 procent van 433 geteste bedrijven antwoordde binnen vijf werkdagen niet op een aanvraag.
Vijf werkdagen is geen strenge test. Meer dan de helft haalde ze niet.

Deel 3. Wat snelheid werkelijk oplevert

Hier zit het meest misbruikte cijfermateriaal van het hele onderwerp, dus laten we het zorgvuldig uit elkaar halen. Er zijn twee verschillende onderzoeken die voortdurend samengeperst worden tot één zin.

Onderzoek A: de vijfminutenmeting uit 2007

Een onderzoek uit 2007, uitgevoerd door dr. James Oldroyd toen hij verbonden was aan MIT Sloan, in samenwerking met het bedrijf InsideSales.com. De basis: meer dan 15.000 webleads en meer dan 100.000 belpogingen bij zes bedrijven, over drie jaar.

De bevinding: de kans om een lead te bereiken daalt ongeveer honderdvoudig wanneer je binnen vijf minuten belt tegenover binnen dertig minuten. De kans om de lead te kwalificeren daalt ongeveer eenentwintigvoudig.

Belangrijke nuance: dit is platformdata van een leverancier, geanalyseerd door een academicus. Het is geen peer-reviewed MIT-publicatie, ook al wordt het overal zo genoemd.

Onderzoek B: de audit van 2011

Het al besproken HBR-artikel. Daaruit komen de multiplicatoren die je vaak in dezelfde adem hoort, maar die iets anders meten: bedrijven die binnen het uur contact opnamen, maakten bijna zeven keer zoveel kans om de aanvraag te kwalificeren als bedrijven die een uur later belden, en ruim zestig keer zoveel als bedrijven die 24 uur of langer wachtten. Die vergelijking komt uit een aparte analyse van 1,25 miljoen leads bij 42 bedrijven.

Diagram van de relatieve kans om een aanvraag te kwalificeren bij respons binnen een uur, na twee uur en na 24 uur.
De relatieve kans om de aanvraag te kwalificeren, afhankelijk van wanneer je reageert. Het verval is niet lineair; het grootste verlies zit in het begin.

Wat je hieruit mag concluderen

De richting is over achttien jaar en meerdere onafhankelijke datasets consistent: sneller reageren verhoogt de kans op contact en op kwalificatie, en geen enkel gepubliceerd onderzoek vindt het tegenovergestelde.

De exacte getallen zijn dat niet. Ze komen uit specifieke steekproeven, met specifieke definities, uit een tijd voor WhatsApp-zakelijk verkeer en voor de huidige verwachtingen rond directe reactie. Gebruik ze als richting, niet als belofte.


Deel 4. Drie cijfers die je beter niet gebruikt

”78 procent van de klanten koopt bij wie als eerste antwoordt”

Dit is het meest geciteerde cijfer in dit hele veld, en het is niet terug te leiden tot een gepubliceerd onderzoek. Meerdere onafhankelijke pogingen om de primaire bron te vinden zijn stukgelopen. Wat je terugvindt, is een leveranciersenquête zonder gepubliceerde methode.

Wij gebruiken het niet, en je zou het ook niet moeten gebruiken. Er zijn genoeg cijfers die wél een vindbare bron hebben.

Kaart die waarschuwt dat de bewering over 78 procent geen vindbare bron heeft.
Een cijfer zonder vindbare primaire bron hoort niet in een offerte of een verkoopgesprek.

”Harvard en MIT bewezen de vijfminutenregel”

Half juist, en het onderscheid doet ertoe voor je geloofwaardigheid. De vijfminutenvergelijking komt uit de studie van 2007 met InsideSales.com, geanalyseerd door een onderzoeker die op dat moment aan MIT verbonden was. Dat is niet hetzelfde als een MIT-onderzoek. Harvard Business Review publiceerde vier jaar later een ander onderzoek, met andere bevindingen: de 42 uur, de 23 procent die nooit antwoordde, en de zeven- en zestigvoudige kwalificatiekansen.

Wie in een gesprek “Harvard zegt vijf minuten” beweert, kan daarop gepakt worden.

”De gemiddelde responstijd is 47 uur”

Dit is een verschrijving die zich vermenigvuldigd heeft. Het gemeten gemiddelde in de audit van 2.241 bedrijven is 42 uur. De 47 duikt op in secundaire bronnen en wordt sindsdien doorgegeven.


Deel 5. Het gat dat niemand meet: wanneer aanvragen binnenkomen

Alle bovenstaande cijfers gaan over gemiddelden binnen kantooruren. Het interessantere probleem is de verdeling over de dag.

Een KMO in bouw of home services is doorgaans bereikbaar van negen tot zeventien of negentien uur, van maandag tot vrijdag. Dat is ongeveer vijftig van de 168 uur in een week, minder dan een derde. De consument beslist ondertussen ‘s avonds, na het werk, aan de keukentafel, met de laptop open. Bij dringende problemen, een lekkende leiding of een dak na een storm, valt de beslissing wanneer het probleem zich voordoet en niet wanneer jij open bent.

Diagram dat de openingsuren van een KMO afzet tegen de uren waarop aanvragen binnenkomen.
Illustratief schema. Het rode gebied is niet alleen tijd waarin je niet antwoordt, het is tijd waarin je niet weet dat er iemand belde.

Er bestaan cijfers over welk aandeel van de aanvragen buiten de kantooruren binnenkomt, maar die komen zonder uitzondering van leveranciers zonder gepubliceerde methode. We nemen ze daarom niet op. Wat je wel zelf kan doen: kijk in je eigen oproeplog naar de tijdstippen van de laatste honderd oproepen. Dat cijfer is bruikbaarder dan elk gemiddelde in dit artikel.

Precies dat gat vangt onze AI-receptionist op. Hij neemt op ‘s avonds, in het weekend en tijdens de werf, en kwalificeert elke aanvraag meteen.


Deel 6. Reken het uit voor je eigen zaak

Elk cijfer in dit artikel is Amerikaans en gemiddeld. Het enige cijfer dat er voor jou toe doet, is dat van je eigen zaak. Hier is het model.

De formule

gemiste oproepen per week
  × 52 weken
  × aandeel dat een echte aanvraag was
  × je normale conversiepercentage
  × brutowinst per klant
= misgelopen brutowinst per jaar

Let op twee dingen die de meeste rekenvoorbeelden fout doen. Reken met brutowinst, niet met omzet, anders overdrijf je met een factor drie tot vijf. En reken met je normale conversiepercentage, want een gemiste beller was geen zekere klant. Wie beide fouten maakt, komt uit op bedragen die niemand gelooft.

Wat een klant waard is, per beroep

Onderstaande richtcijfers voor de Belgische markt zijn samengesteld uit bouwcalculatie- en tariefbronnen. Ze zijn bedoeld als startpunt. Vervang ze door je eigen marge zodra je die kent.

Richtcijfers omzet en brutowinst per gemiddelde klant, bouw en home services in België. Startpunt voor een eigen berekening, geen meting.
BeroepOmzet per klantBrutowinst per klantWaarom
Dakwerker15.000 tot 45.000 €4.000 tot 9.500 €Hoge materiaalwaarde en meerdaagse werven
Grond- en tuinwerker5.000 tot 30.000 €1.500 tot 7.000 €Machines, grondtransport en beplanting
Keuken- en badkamerrenovatie5.000 tot 25.000 €1.500 tot 6.000 €Combineert sanitair, elektriciteit en montage
Schilder, volledige woning3.000 tot 8.000 €1.800 tot 4.500 €Lage materiaalkost, één tot twee weken werk
Schrijnwerker, maatkasten4.000 tot 15.000 €1.500 tot 4.500 €Atelierwerk en precisieplaatsing, luxesegment
Stukadoor2.500 tot 7.000 €1.500 tot 4.000 €Bijna volledig arbeid, dus hoge marge
Vloerder en tegelzetter3.000 tot 10.000 €1.200 tot 3.500 €Vierkantemetertarief plus materiaal
Warmtepomp- en aircoinstallateur4.000 tot 15.000 €1.200 tot 3.500 €Dure hardware, gespecialiseerde montage
Zonnepaneleninstallateur4.500 tot 9.000 €1.000 tot 2.200 €Turnkey op één dag, marge op panelen en omvormer
Chauffagist, ketelvervanging3.500 tot 7.000 €1.000 tot 1.800 €Eendaagse ingreep, marge op uren en toestel
Horizontaal staafdiagram met brutowinst per gemiddelde klant voor tien beroepen in bouw en home services.
Het verschil tussen omzet en winst is bepalend. Een zonnepaneleninstallateur haalt snel hoge omzet maar koopt ook veel materiaal in. Een stukadoor draait lagere omzet die grotendeels arbeid is.

Een uitgewerkt voorbeeld

Een dakwerker mist drie oproepen per week. Eén op drie was een echte aanvraag. Zijn normale conversie op offertes is twintig procent. Zijn brutowinst per dakwerk is 5.500 euro.

Rekenvoorbeeld voor een dakwerker. Illustratie, geen meting.
StapBerekeningResultaat
Gemiste oproepen per jaar3 × 52156
Echte aanvragen daarvan156 × 1/352
Verwachte klanten52 × 20%10,4
Misgelopen brutowinst10,4 × 5.500 €57.200 €
Rekenkaart met de berekening van misgelopen brutowinst voor een dakwerker.
Dezelfde som met een schilder erin geeft ongeveer 31.000 euro, met een chauffagist ongeveer 14.500 euro. De mechaniek is identiek, de uitkomst niet.
De eerlijke versie van dit getal. Deze berekening gaat ervan uit dat elke gemiste aanvraag ook werkelijk verloren is. Een deel van die bellers belt wél terug, of vindt je later opnieuw. Wie voorzichtig wil rekenen, neemt de helft. Zelfs dan blijft er in dit voorbeeld ruim 28.000 euro over, en dat is nog altijd een veelvoud van wat een oplossing kost.

Deel 7. Wat je eraan doet, van goedkoop naar volledig

Stroomdiagram van een gemiste oproep, met en zonder vangnet.
Het duurste kenmerk van een gemiste oproep is niet dat hij verloren gaat, maar dat hij nergens geteld wordt.

Meet eerst. Zet gespreksregistratie op je nummer en kijk na één maand naar de cijfers. Aantal oproepen, aandeel beantwoord, tijdstippen. Zonder die basis weet je niet of je een probleem hebt, en weet je achteraf niet of een oplossing gewerkt heeft. Dit kost vrijwel niets en het is de enige stap die niemand mag overslaan.

Automatisch bericht bij een gemiste oproep. Een sms binnen dertig seconden die zegt dat je aan het werk bent en wanneer je terugbelt. Dit is de goedkoopste maatregel met het grootste onmiddellijke effect, omdat hij precies ingrijpt op het moment waarop de beller beslist om verder te bellen. Beperking: werkt niet op vaste lijnen zonder sms-mogelijkheid.

Chat en formulieren die zelf antwoorden. De avondaanvraag krijgt meteen een bevestiging en een voorstel voor een afspraak, in plaats van te blijven liggen tot de ochtend. Beperking: dekt het web, niet de telefoon.

Een assistent die effectief opneemt. Neemt op, stelt vragen, kwalificeert, boekt een afspraak en verwittigt je bij dringende zaken, ook ‘s nachts en in het weekend. Beperking: dit werkt alleen wanneer die assistent je aanbod, je prijzen en je grenzen kent. Zonder die kennis krijg je een veredelde antwoordmachine. Precies dit is wat onze AI-receptionist doet.

Ladderdiagram met vier maatregelen tegen gemiste oproepen en hun beperkingen.
De volgorde is belangrijker dan de keuze. Wie stap één overslaat, kan achteraf niet aantonen dat de rest gewerkt heeft.

Deel 8. Wat ontbreekt, en wat wij eraan gaan doen

Na het doorlopen van alle beschikbare literatuur is de belangrijkste conclusie deze: er bestaat geen Belgisch onderzoek naar gemiste oproepen en responstijd bij KMO’s. Niet bij Statbel, niet bij de sectorfederaties, niet bij de universiteiten. Alles wat we hebben is Amerikaans, deels verouderd, en grotendeels doorverteld door partijen die er belang bij hebben.

Dat is opvallend, want de context is er wel. Volgens het RSVZ waren er begin 2025 bijna 1,3 miljoen zelfstandigen actief in België, en in 2025 werden ruim 132.000 nieuwe ondernemingen ingeschreven. Een aanzienlijk deel daarvan zijn eenmanszaken waar dezelfde persoon het werk doet, de telefoon opneemt en de offertes schrijft. Precies het profiel waar de Amerikaanse cijfers het slechtst uitvallen.

Wij zijn van plan die leemte te vullen. In het najaar van 2026 voeren we een gemeten test uit bij Vlaamse bedrijven in bouw en home services, met dezelfde opzet als de oorspronkelijke Amerikaanse meting: echte oproepen, echte formulieren, over een aaneengesloten periode, met de methode vooraf gepubliceerd. De resultaten komen hier te staan, ook als ze ons ongelijk geven.

Doe mee aan de meting. Wil je dat je eigen zaak in de steekproef zit en je eigen cijfer kent voor de rest van Vlaanderen dat weet? Laat het ons weten. Deelname is anoniem in de publicatie en je krijgt je eigen resultaten sowieso.

Veelgestelde vragen

Hoeveel oproepen mist een gemiddeld klein bedrijf? Ongeveer 62 procent van de inkomende oproepen bereikt geen levend persoon, volgens een monitoring van 85 bedrijven in 58 sectoren. Dat gemiddelde verhult grote verschillen: een zaak met een vaste receptie zit veel lager, een eenmanszaak die zelf op de werf staat veel hoger.

Belt iemand terug als hij je niet bereikt? Meestal niet, al is het exacte percentage minder hard dan het overal gepresenteerd wordt. De veelgeciteerde 85 procent die nooit terugbelt, heeft geen vindbare primaire studie. Wat wel vaststaat is dat bij dringende vragen de beller doorgaat naar het volgende nummer.

Hoe snel moet ik reageren op een aanvraag? Zo snel mogelijk, en het verval is het steilst in het begin. Binnen het uur reageren geeft bijna zeven keer zoveel kans om de aanvraag te kwalificeren als een uur later, en ruim zestig keer zoveel als na een dag. Een eerste automatisch antwoord binnen enkele minuten is beter dan een perfect antwoord na een halve dag.

Is een contactformulier sneller dan de telefoon? Nee. Audits van 2011 tot 2024 tonen gemiddelde responstijden van twaalf tot 42 uur op online aanvragen, en aandelen van 23 tot 63,5 procent die helemaal nooit reageerden.

Klopt het dat 78 procent koopt bij wie eerst antwoordt? Dat cijfer is niet terug te leiden tot een gepubliceerd onderzoek en zou niet als feit gebruikt mogen worden.

Bestaan er Belgische cijfers hierover? Niet dat wij hebben kunnen vinden. Alle bruikbare metingen zijn Amerikaans. Daarom voeren wij in het najaar van 2026 een eigen meting uit in Vlaanderen.

Wat kost het om dit op te lossen? Dat hangt af van hoever je gaat. Gespreksregistratie kost bijna niets. Een automatisch bericht bij een gemiste oproep zit in de orde van enkele tientallen euro per maand. Een assistent die effectief opneemt en afspraken boekt, kost meer. De relevante vergelijking is niet de prijs maar de verhouding tot je brutowinst per klant: bij een dakwerker of tuinaannemer verdient één opgevangen aanvraag per jaar de hele investering al terug.


Bronnen en methode

Alle cijfers hieronder zijn teruggebracht tot de vroegst vindbare publicatie. Waar dat niet lukte, staat dat er expliciet bij.

Volledige bronnenlijst met steekproef, jaar en betrouwbaarheidsoordeel.
BronJaarSteekproef en methodeOordeel
411 Locals, telefoonmonitoringcirca 2016 tot 202285 bedrijven, 58 sectoren, 30 dagen gemonitordBruikbaar. Kleine steekproef, Amerikaans, jaartal onzeker
Oldroyd, McElheran & Elkington, Harvard Business Review2011Audit van 2.241 Amerikaanse bedrijven met testaanvragenSterk. Gepubliceerd, methode beschreven
Oldroyd & InsideSales.com, Lead Response Management200715.000+ leads, 100.000+ belpogingen, 6 bedrijven, 3 jaarBruikbaar. Leveranciersdata met academische analyse
Drift, Lead Response Survey2017433 bedrijven, secret shopper met echte formulierenSterk. Gedragsmeting, geen zelfrapportage
RevenueHero, lead response audit20241.000 bedrijven, demoaanvragen ingediendBruikbaar. Recentste grote meting
Workato, lead response test2024114 bedrijvenKleine steekproef, wel recent
Velocify, contactstrategiecirca 2013Ongeveer 3,5 miljoen leadsLeveranciersdata, methode deels beschreven
RSVZ en Statbel, ondernemerscijfers2025Officiële Belgische registratiedataSterk. Officiële statistiek
"85% belt nooit terug"onbekendGeen primaire studie gevondenNiet gebruiken als feit
"78% koopt bij wie eerst antwoordt"onbekendGeen primaire studie gevondenNiet gebruiken als feit
Bronnen: directe links naar de primaire publicaties

Correcties

Vind je een fout, een verkeerde toeschrijving of een bron die we gemist hebben? Laat het weten via info@teammade.ai. Correcties worden hier vermeld met datum.


Dit artikel is geschreven door Dennis Matthijs voor Teammade.ai, Gent. Teammade.ai bouwt systemen die aanvragen en oproepen opvangen voor Vlaamse KMO’s, en heeft dus belang bij dit onderwerp. Alle bronnen staan hierboven, zodat je onze conclusies zelf kan controleren.